Armaba
Armaba
Armaba

Vrouwen verlaten techniek vaker en eerder dan mannen

Rotterdam, 6 september 2012. Technisch opgeleide vrouwen verlaten de techniek vaker dan mannen, zo blijkt uit het Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek (AGO) van Intelligence Group. Slechts 31 procent van alle technisch opgeleide vrouwen werkt momenteel nog in een technische functie ten opzichte van 54 procent van de mannen. In vergelijking tot de mannen zijn er relatief weinig vrouwen die na hun 40ste nog in de techniek werken (figuur 1.1). Wel overweegt één op de drie vrouwen die momenteel niet meer werkt in de techniek, om weer in de techniek te gaan werken.

De vrouwen die in de techniek werken zijn vaker hoogopgeleid dan mannelijke technici. Van alle mannelijke technici heeft 21 procent een hbo-diploma en 5 procent een universitaire opleiding afgerond. Bij de vrouwen ligt dat percentage een stuk hoger, namelijk 41 procent heeft een technische hbo-opleiding afgerond en 14 procent een master behaald. De interesses binnen techniek verschillen sterk tussen mannen en vrouwen. Bij mannen zijn elektro- en metaaltechniek veel populairder dan bij vrouwen. Vrouwen kiezen daarentegen verhoudingsgewijs vaker voor laboratoriumtechniek of chemische technologie.
Vrouwen in de techniek werken vaker in een laboratorium, mannen vaker als monteur
Binnen de technische functies verschillen mannen en vrouwen ook van elkaar. 12 Procent van de vrouwen werkt als laborant, terwijl slechts 1 procent van alle technische mannen dat doet. Mannen werken daarentegen veel vaker als monteur. Technische functies die door zowel mannen als vrouwen worden uitgevoerd zijn procesoperator en ingenieur. De branches waarin mannen en vrouwen werkzaam zijn verschillen eveneens van elkaar (tabel 1.1). Beiden werken het vaakst in de industrie en chemie. Vrouwen werken daarnaast vaker in de gezondheidszorg en in de wetenschap. Mannen daarentegen werken vaak in de installatietechniek en bouwnijverheid.

Slecht 31 procent van alle technisch opgeleide vrouwen werkt momenteel nog in de techniek. De overige 69 procent stroomt het vaakst uit naar de R&D (14%) en in administratieve functies (11%). Dit houdt echter niet in dat deze vrouwen niet meer de techniek terug in willen. Maarliefst een derde van de vrouwen die niet meer werkt in de techniek, vindt het nog steeds aantrekkelijk om in de techniek te werken. Er lijkt echter een barrière te zijn die ze daarvan weerhoudt. Een verklaring is mogelijk gelegen in het feit dat van de werkzame Nederlandse technici in loondienst slechts 5 procent vrouw is. Daardoor is de technische wereld een zeer masculiene werkomgeving. Uit het AGO blijkt dat vrouwelijke technici sterk van mannelijke technici verschillen in werkbeleving, pullfactoren en qua arbeidsvoorwaarden. “Door het hoge masculiene gehalte lijkt het erop dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de arbeidsvoorwaardelijke wensen van vrouwelijke technici en verlaten zij de techniek. Signalen daarvoor zijn de leeftijd waarop zij de techniek verlaten en de meer feminiene sectoren waar zij naar uitstromen. Dit verdient nader onderzoek”, aldus Martin Hendriks (Arbeidsmarktonderzoeker bij Intelligence Group). “Over twee weken zal ik de resultaten publiceren over de beweegmotieven van vrouwelijke technici zodat meer duidelijk wordt hoe deze vrouwen behouden kunnen worden voor de techniek en welke arbeidsvoorwaardelijke aanpassingen dit vraagt.”
Technische verantwoording
Het Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek (AGO) is een continu onderzoek dat sinds 2003 per kwartaal wordt afgenomen door Intelligence Group. Bovengenoemde cijfers zijn afkomstig uit het Arbeidsmarkt Gedragsonderzoek van 2011- 2012 welke bestaat uit 26.183 respondenten. Voor dit onderzoek zijn er in totaal zijn er 402 vrouwelijke en 2.356 mannelijke technici onderzocht.

Bron: Intelligence Group

TwitterLinkedinFacebookMy status